Gezondheidseisen

 

1. Jaarlijkse: Oogtest (spiegeling) op erfelijk aandoeningen

 

- Uitgevoerd door een dieren (oog) arts met specialisatie oogheelkunde NL -spec. en die aangesloten is bij E.C.V.O.

        Lijst van oogartsen 2

 

 

2. Heup dysplasie onderzoek - éénmalig

- Uitgevoerd door een daartoe gespecialiseerde dierenarts (orthopedie) volgens de richtlijnen van de Raad van Beheer

        Beschrijving van onderzoek2

 

 

3. Canin Fucosidosis onderzoek - éénmalig

 

Fucosidose is een erfelijke ziekte bij honden die ontstaat door een mutatie in het gen dat het enzym alpha-fucosidose codeert. Dit enzym zorgt voor

de afbraak van complexe moleculen (polysachariden) zodat ze kunnen worden hergebruikt en/of uit de cellen worden verwijderd. De mutatie veroorzaakt

een tekort aan dit enzym waardoor er een ophoping (een stapeling) van polysachariden in de cel ontstaat. Deze abnormale stapeling kan het normale

functioneren van de cel beïnvloeden. 

De meeste klinische verschijnselen van Fucosidose zijn het gevolg van de abnormale stapeling in de cellen van perifere en centrale zenuwstelsel.

Sommige organen ondervinden weinig problemen van de stapeling van macromoleculen, maar het zenuwstelsel is daar erg gevoelig voor. De symptomen

bestaan uit gedragsveranderingen en bewegingsstoornissen die vanaf de leeftijd van één tot twee jaar kunnen worden waargenomen.

Lijders aan de afwijking kunnen uiteenlopende merkwaardige gedragsveranderingen laten zien, van agressief tot ongewoon neerslachtig en lijken al het

aangeleerde gedrag "kwijt" te zijn. Ze kunnen zich verzetten tegen vasthouden en hebben problemen met de coördinatie, zijn instabiel op de benen en

lijken soms blind of doof te zijn. Sommigen hebben ook spijsverteringstoornissen, als slikproblemen, overgeven of diarree. De ziekteverschijnselen

verergeren vrij snel, de honden overlijden meestal binnen een paar weken na het begin van de eerste symptomen.

 

 

De DNA-test op Fucosidose geeft drie mogelijke resultaten: 
 

 

4. Gonioscopie - éénmalig

 

- Uitgevoerd door een dieren (oog) arts met specialisatie oogheelkunde NL -spec. en die aangesloten is bij E.C.V.O.

        Lijst van oogartsen 2

 

Bij gonioscopie bekijken we de irido-corneale hoek (drainage hoek) van het oog. Deze filtratie-hoek ziet eruit als een netwerk van weefselstrengen.

In het normale oog is er een evenwicht tussen aanmaak en afvoer van de gevormde waterige oplossing. Voortdurend wordt er een soort waterige oplossing gevormd in het oog, maar deze wordt ook continu terug afgevoerd.

Bij een aantal rassen is er al vanaf de geboorte een afwijking aan deze drainaige-hoek. Hiertoe behoren o.a. de Amerikaanse en Engelse Cocker, Bouvier, Basset en nog vele andere.

Hoe gebeurt nu het gonioscopisch onderzoek? Eerst wordt een druppel lokaal verdovend produkt op de oogbol aangebracht. Daarna zetten we een soort contact-lens (gonio-lens) op het hoornvlies.  Deze lens ziet eruit als het hoofdje van een paddestoel met een dun slangetje eraan. Via dit slangetje wordt een vacuum gecreëerd zodat de lens beter op de oogbol blijft vastzitten tijdens het onderzoek.

 D.m.v. de spleetlamp kijken we door de contactlens en kunnen zo beoordelen of de filtratie-hoek voldoende open is. Althans wat het oppervlakkige deel betreft. Afwijkingen dieper in de filtratie-hoek kunnen zo niet worden waargenomen. Dit is onder andere het geval bij de Beagle, en bij drukstijging wordt dan de term open-hoek glaucoom gebruikt omdat het te beoordelen deel van de irido-corneale hoek er normaal open uitziet. Het probleem bij dit ras zit dieper in de filtratie-hoek.